Atenolol EG Comp 100X 25Mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Atenolol EG Comp 100X 25Mg

  € 10,25

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 10,25
Op voorraad

Deze voorzorgen gelden eveneens voor andere β-blokkers. Hartinsufficiëntie Patiënten met hartinsufficiëntie mogen enkel met Atenolol EG tabletten behandeld worden indien de hartinsufficiëntie onder controle gebracht werd (zie rubriek 4.3). Men moet opletten bij patiënten met een beperkte hartreserve. Mocht congestieve hartinsufficiëntie optreden gedurende de behandeling met atenolol, dan kan het geneesmiddel tijdelijk teruggetrokken worden tot de insufficiëntie onder controle is. Angina Het aantal en de duur van angina-aanvallen kan toenemen bij patiënten met Prinzmetal angina, door een niet-gecompenseerde alpha-receptor gemedieerde vasoconstrictie van de coronaire arterie. Atenolol is een bèta-1-selectieve bètablokker, bijgevolg mag het gebruik overwogen worden, met het in acht nemen van de nodige voorzichtigheid. Perifeer vaatlijden Hoewel tegenaangewezen bij ernstig perifeer vaatlijden (zie rubriek 4.3) kan occasioneel ook verergering optreden in geval van minder ernstige gevallen van perifeer vaatlijden. Patiënten met Raynaud-syndroom en andere vormen van perifeer vaatlijden vereisen bijzondere aandacht tijdens de behandeling met β-blokkers. Atrioventriculair blok Omwille van het negatief effect op de geleidingstijd, moet men voorzichtig zijn bij patiënten met eerste graads atrioventriculair blok. Diabetes Bètablokkers kunnen hypoglykemie maskeren, voornamelijk wat betreft de tachycardie. Thyreotoxicose Atenolol kan de symptomen van thyreotoxicose maskeren. Polsslag Eén van de farmacologische effecten is een reductie van het hartritme. Wanneer het hartritme daalt beneden de 55 slagen per minuut, mag de dosis niet verhoogd worden. Een daling naar 45 slagen per minuut of minder is een aanwijzing om de dosis te verlagen. Allergie Toegediend aan patiënten met een historiek van een anafylactische reactie op bepaalde allergenen, kunnen β-blokkers een ernstige reactie uitlokken op deze allergenen. Het is mogelijk dat deze patiënten niet reageren op de gebruikelijke dosis adrenaline om dergelijke reacties te behandelen. Luchtwegen Ondanks de cardioselectieve eigenschappen van atenolol is het mogelijk dat een verhoging van de luchtwegweerstand veroorzaakt wordt bij astmapatiënten. Voorzichtigheid is aldus geboden bij deze patiënten. Deze bronchospasmen kunnen, in tegenstelling met deze veroorzaakt door niet-selectieve bètablokkers, opgeheven worden met bronchodilatatoren. Nierinsufficiëntie Daar atenolol via de nieren wordt uitgescheiden, moet de dosering aangepast worden bij patiënten met een ernstige vermindering van de nierfunctie (zie rubriek 4.2). Anesthesie De anesthesist dient op de hoogte te zijn van de behandeling met bètablokkers. Het is aangeraden de behandeling niet te onderbreken voor een chirurgische ingreep (zie rubriek 4.5). Indien het gebruik van bètablokkers tijdens de anesthesie voortgezet wordt, is voorzichtigheid geboden. De patiënt kan beschermd worden tegen vagale dominantie door de intraveneuze toediening van 1 tot 2 mg atropine. Plotseling staken van de therapie Een behandeling met β-blokkers mag niet plotseling gestaakt worden bij patiënten met ischemische hartziekten teneinde rebound angor, infarct of ventrikelfibrillatie te vermijden. Stopzetten van een behandeling met β-blokkers moet steeds gradueel gebeuren. Hulpstoffen Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

Atenolol EG is aangewezen: - bij de behandeling van hoge bloeddruk. - als onderhoudsbehandeling bij hartkramp. Atenolol EG is niet aangewezen voor de onmiddellijke behandeling van een plots optredende crisis. - hartritmestoornissen die gepaard gaan met een snelle, onregelmatige hartslag.

Welke stoffen zitten er in Atenolol EG? - De werkzame stof in dit middel is atenolol waarvan er 25, 50 of 100 mg aanwezig is.

  • De andere stoffen in dit middel zijn voor de drie sterktes: Maïszetmeel – Lactose – Polyvidon – Natriumlaurylsulfaat – Watervrij colloïdaal silicium – Magnesiumstearaat.
  • Indien noodzakelijk mag Atenolol EG samen met andere antihypertensiva toegediend worden, waarbij de combinatie een grotere bloeddrukdaling kan geven dan elk geneesmiddel alleen.
  • Gelijktijdig gebruik van β-lytica en calciumkanaalblokkers met een negatief inotroop effect, zoals verapamil en diltiazem, moet vermeden worden wegens eventueel risico op synergie, voornamelijk bij patiënten met een gestoorde ventriculaire functie en/of sino-atriale of atrioventriculaire geleidingsstoornissen. Dit kan resulteren in ernstige hypotensie, bradycardie en hartfalen. Noch de β-blokker, noch de calciumantagonist zouden intraveneus mogen toegediend worden binnen de 48 uren na stopzetten van de andere.
  • Hoewel meestal goed verdragen, kan de gelijktijdige behandeling met dihydropyridines, zoals nifedipine, een verhoogd risico voor hypotensie teweegbrengen. Hartfalen kan optreden bij patiënten met latente hartinsufficiëntie.
  • In combinatie met digitalis glycosiden kan de atrioventriculaire geleidingstijd toenemen.
  • β-blokkers kunnen de rebound hypertensie die kan volgen op het stoppen met een clonidinebehandeling verergeren. Indien β-blokkers simultaan met clonidine worden toegediend, zou clonidine gedurende enkele dagen verder moeten worden gegeven, als men de behandeling met de β-blokker onderbreekt. Indien de clonidinebehandeling wordt vervangen door een β-blokkertherapie, moet na het stopzetten van de clonidinetoediening enkele dagen gewacht worden vooraleer men de β�blokkerbehandeling mag starten.
  • Klasse-I-antiaritmica (o.a. disopyramide) en amiodarone kunnen de verlenging van de atriale geleidingstijd potentiëren en negatieve inotrope effecten induceren. Het gelijktijdig gebruik van β-blokkers en amiodarone kan leiden tot hypotensie, bradycardie of hartstilstand. In sommige gevallen echter wordt deze combinatie gebruikt voor de controle van refractaire ventriculaire tachycardie, waarbij de farmacodynamische interactie dan als gunstig wordt beschouwd.
  • Simultaan gebruik van sympathicomimetica zoals adrenaline kan het effect van β-blokkers antagoneren.
  • De bloeddrukverlagende eigenschappen van β-blokkers en andere antihypertensiva kunnen afnemen bij gelijktijdig gebruik van sommige niet-steroïdale anti-inflammatoire farmaca, die de prostaglandine synthetase inhiberen (bv. ibuprofen, indomethacine).
  • Voorzichtigheid is geboden wanneer anesthetica worden gebruikt tijdens een behandeling met atenolol. De anesthesist dient op de hoogte gebracht te worden van een behandeling met β�blokkers. Er moet een anestheticum gekozen worden met een zo laag mogelijk negatief inotrope activiteit. Gelijktijdig gebruik van β-blokkers en anesthetica kan aanleiding geven tot een vermindering van reflextachycardie en tot een toename van het risico op hypotensie (zie rubriek 4.4).
  • Anesthetica die myocarddepressie veroorzaken kunnen best vermeden worden.

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met de volgende frequenties: Zeer vaak: kan meer dan 1 op 10 mensen treffen Vaak: kan tot 1 op 10 mensen treffen Soms: kan tot 1 op 100 mensen treffen Zelden: kan tot 1 op 1.000 mensen treffen Zeer zelden: kan tot 1 op 10.000 mensen treffen Niet bekend: kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald

Vaak: - vertraagde hartslag - koude vingers en tenen - misselijkheid, diarree of verstopping (gastro-intestinale stoornissen) - toename van testwaarden met betrekking tot de lever (serumtransaminasewaarden) - vermoeidheid

Soms: - slaapstoornissen van het type waargenomen met andere bètablokkers

Zelden: - stemmingswijzigingen, nachtmerries, verwarring, psychosen (ernstige geestesziekte waarbij de controle over het eigen gedrag en handelen gestoord is) en waanvoorstellingen - verslechtering van onvoldoende pompkracht van het hart (hartfalen) - uitlokken van bepaalde stoornis in de geleiding van het hart, leidend tot ritmestoornissen (atrioventriculair block) - droge mond - leververgiftiging (levertoxiciteit) waaronder galstuwing - bloeduitstortingen (purpura) en een verlaagd aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) - haaruitval, plaatjesvormige witte huidreacties (psoriasiforme huidreacties), verergering van een huidziekte (psoriasis), huiduitslag - droge ogen, gezichtsstoornissen - impotentie - benauwdheid door kramp van de spieren van de luchtwegen (bronchospasmen) kunnen optreden bij astmapatiënten of bij patiënten met een voorgeschiedenis van astmatische klachten - bloeddrukdaling door bijvoorbeeld snel opstaan uit een zittende of liggende houding soms gepaard gaande met duizeligheid - perioden van mank lopen en pijn in de benen (claudicatio intermittens) kunnen versterkt worden indien dit reeds aanwezig was - bij gevoelige patiënten kan gevoelloosheid en krampen in de vingers, gevolgd door warmtegevoel en pijn (fenomeen van Raynaud) voorkomen - duizeligheid, hoofdpijn, waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesie)

Zeer zelden: - een toename van een bepaalde stof in het bloed (antinucleaire factor) werd waargenomen, hoewel de klinische betekenis nog niet duidelijk is.

Niet bekend: - lupusachtig syndroom (een ziekte waarbij het immuunsysteem antilichamen produceert, die voornamelijk de huid en de gewrichten aanvallen)

Het melden van bijwerkingen Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) – Afdeling Vigilantie – Postbus 97 – B-1000 Brussel Madou of via de website: www.fagg.be. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Zoals andere β-blokkers mag atenolol niet gebruikt worden bij: - atrioventriculair blok van de tweede of de derde graad. - sinusbradycardie (hartfrequentie lager dan 45 slagen per minuut) – sick sinus syndroom. - Atenolol mag omwille van het negatief inotroop effect niet gebruikt worden bij patiënten met een ongecontroleerde hartdecompensatie, doch kan wel worden aangewend van zodra de insufficiëntie onder controle gebracht werd. - cardiogene shock. - overgevoeligheid voor atenolol of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. - hypotensie. - metabole acidose (bv. bij diabetes). - na langdurig vasten. - ernstig perifeer vaatlijden. - een onbehandeld feochromocytoom.

Zwangerschap Atenolol penetreert de placentabarrière en komt in het navelstrengbloed. Het gebruik van atenolol bij zwangerschap wordt niet aangeraden, tenzij het gebruik essentieel is. Gebruik tijdens de zwangerschap wordt geassocieerd met foetale groeivertraging. Borstvoeding Atenolol komt voor in de moedermelk. Toediening van atenolol tijdens de lactatie is niet aan te raden, tenzij het gebruik essentieel is. Pasgeborenen van wie de moeder bij de geboorte of tijdens de borstvoeding atenolol neemt, lopen risico op hypoglykemie en bradycardie. Voorzichtigheid is geboden wanneer atenolol gebruikt wordt tijdens de zwangerschap of de periode van borstvoeding.

  1. Hoe neemt u Atenolol EG in?

Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Indien geen beterschap optreedt, raadpleeg dan uw arts opnieuw.

Hoeveelheid bij gebruik van tabletten Volg steeds de richtlijnen van uw arts. Indien u vragen heeft, stel deze dan aan uw arts of apotheker. Stop niet met de behandeling, zelfs indien u zich goed voelt, behalve wanneer uw arts u zegt te stoppen. Dit moet geleidelijk gebeuren. Een behandeling met bètablokkers, zoals atenolol, mag niet plotseling worden stopgezet, vooral bij patiënten met een plaatselijk zuurstoftekort in het hart (ischemisch hartlijden).

  • Hoge bloeddruk: 100 mg per dag in één enkele inname. Pas na 1 à 2 weken zal de volle werking bereikt worden.

  • Hartkramp: 100 mg per dag in eenmalige dosis of verdeeld over twee innames.

  • Onregelmatige hartslag: Na controle van het onregelmatig hartritme met intraveneuze therapie is 50 tot 100 mg per dag een gebruikelijke onderhoudsdosis.

Gebruik bij kinderen

Atenolol EG mag niet aan kinderen gegeven worden.

Nierinsufficiëntie: 1 tablet Atenolol EG 25 mg in één inname.

Bejaarden en gevoelige patiënten: 1 tablet Atenolol EG 50 mg in één inname.

Neem uw tabletten elke dag steeds op hetzelfde tijdstip in.

CNK 2520930
Organisaties Eurogenerics (EG) Generics & Consumer
Breedte 50 mm
Lengte 115 mm
Diepte 47 mm
Actieve ingrediënten atenolol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)