Estrofem 1mg 3 X 28 Comp
Op voorschrift
Geneesmiddel

Estrofem 1mg 3 X 28 Comp

  € 27,55

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 27,55 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 27,55 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 27,55
Op bestelling

Estrofem® is een hormonale substitutietherapie (HST) voor de symptomen van oestrogeendeficiëntie bij postmenopauzale vrouwen.

Estrofem® is meer speciaal aangewezen bij gehysterectomiseerde vrouwen en die dus geen oestrogeen-progestageencombinatie therapie vereisen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Voor de behandeling van postmenopauzale symptomen mag een HST alleen worden opgestart voor symptomen die de levenskwaliteit ongunstig beïnvloeden. In alle gevallen moeten de risico's en voordelen ten minste jaarlijks zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen en de HST mag alleen worden voortgezet zolang het voordeel opweegt tegen het risico. Daar de ervaring in de behandeling van vrouwen in premature menopauze (door falen van de eierstokken of na chirurgie) beperkt is, zijn de gegevens omtrent de risico's verbonden aan HST in de behandeling van premature menopauze ook beperkt. Echter, als gevolg van het lage absolute risico bij jongere vrouwen zou de risico-batenbalans voor deze vrouwen voordeliger kunnen zijn dan voor oudere vrouwen. Medisch onderzoek/opvolging Voordat met HST wordt gestart of wanneer het gebruik wordt hervat, moet een volledige persoonlijke en familiale anamnese worden afgenomen. Lichamelijk onderzoek (met inbegrip van gynaecologisch en borstonderzoek) dient plaats te vinden rekening houdend met de anamnese en de contra-indicaties en voorzorgen bij gebruik. Tijdens de behandeling worden regelmatige medische onderzoeken aanbevolen waarvan de frequentie en de aard individueel worden aangepast. Aan de vrouwen moet worden meegedeeld welke borstveranderingen zij aan hun arts of verpleegkundige moeten melden (zie 'Borstkanker' hieronder). Onderzoeken, met inbegrip van geschikte beeldvormingsinstrumenten, bv. mammografie, dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende richtlijnen voor screening en aangepast aan de individuele klinische behoeften. Aandoeningen waarbij opvolging noodzakelijk is Indien één van de volgende aandoeningen aanwezig is, in het verleden aanwezig was en/of verergerde tijdens zwangerschap of eerdere hormonale behandeling, moet de patiënte nauwgezet opgevolgd worden. Men moet er rekening mee houden dat deze aandoeningen kunnen terugkeren of verergeren tijdens de behandeling met Estrofem, in het bijzonder: – leiomyoom (baarmoederfibromen) of endometriose – risicofactoren voor trombo-embolische aandoeningen (zie hieronder) – risicofactoren voor oestrogeengevoelige tumoren bv. borstkanker bij een familielid in de 1ste graad – hypertensie – leveraandoeningen (bv. leveradenoom) – diabetes mellitus met of zonder vasculaire verwikkelingen – cholelithiasis – migraine of (ernstige) hoofdpijn – systemische lupus erythematodes – voorgeschiedenis van endometriumhyperplasie (zie hieronder) – epilepsie – astma – otosclerose. Redenen om de behandeling onmiddellijk te staken De behandeling dient te worden gestaakt in geval van een contra-indicatie en in de volgende situaties: – geelzucht of verslechtering van de leverfunctie – significante stijging van de arteriële bloeddruk – het voor het eerst optreden van migraine-achtige hoofdpijn – zwangerschap. Endometriumhyperplasie en carcinoom Langdurig gebruik van oestrogenen alleen verhoogt de kans op endometriumhyperplasie en carcinoom, bij vrouwen met een intacte baarmoeder. Er wordt een verhoging van het risico op endometriumkanker gerapporteerd met een factor 2 tot 12 bij gebruiksters van een oestrogeen alleen, vergeleken met niet-gebruiksters, afhankelijk van de duur van de behandeling en de oestrogeen-dosis (zie rubriek 4.8). Na stopzetting van de behandeling kan het risico verhoogd blijven gedurende tenminste 10 jaar. Het extra risico geassocieerd met HST op basis van oestrogeen alleen, wordt voorkomen door toevoeging van een progestageen gedurende ten minste 12 dagen per cyclus bij vrouwen die geen hysterectomie hebben ondergaan. Doorbraakbloedingen en spotting kunnen voorkomen gedurende de eerste maanden van de behandeling bij vrouwen met een intacte baarmoeder. Als doorbraakbloedingen of spotting na enige tijd behandeling optreden of aanhouden na het beëindigen van de behandeling, moet de oorzaak ervan worden onderzocht. Dit kan inhouden dat een endometriumbiopsie nodig is om een maligniteit van het endometrium uit te kunnen sluiten. Oestrogeenmonotherapie kan leiden tot premaligne of maligne degeneratie in achtergebleven endometriosehaarden. Toevoeging van een progestageen aan oestrogeensubstitutietherapie dient derhalve te worden overwogen bij vrouwen die vanwege endometriose een hysterectomie hebben ondergaan, indien bekend is dat er residuele endometriose aanwezig is. Borstkanker De algemene evidentie wijst op een verhoogd risico op borstkanker bij vrouwen die behandeld worden met gecombineerde oestrogeen-progestageenbehandeling of HST met alleen oestrogeen, afhankelijk van de duur van de inname van de HST.

De Women's Health Initiative (WHI) studie vond geen verhoogd risico op borstkanker bij vrouwen die een hysterectomie hebben ondergaan en een HST met alleen oestrogeen hebben gebruikt. Observationele studies rapporteerden voornamelijk een klein verhoogd risico op diagnose voor borstkanker welk lager is dan het risico gezien bij gebruiksters van oestrogeen-progestageencombinaties (zie rubriek 4.8). Resultaten van een grote meta-analyse laten zien dat na het stoppen van de HST het extra risico afneemt. De tijd die nodig is voordat het extra risico weer is verdwenen hangt af van de duur van het HST gebruik. Wanneer HST langer dan 5 jaar werd gebruikt, kan het extra risico 10 jaar of langer aanhouden. HST, vooral gecombineerde oestrogeen-progestageenbehandelingen, verhoogt de densiteit van de mammografische beelden, wat storend kan zijn voor de radiologische opsporing van borstkanker. Ovariumkanker Ovariumcarcinoom is veel zeldzamer dan mammacarcinoom. Een grote meta-analyse van epidemiologische studies suggereert een licht verhoogd risico bij vrouwen die oestrogeen monotherapie of een gecombineerde oestrogeen-progestageen HST gebruiken, dat zichtbaar wordt binnen 5 jaar van gebruik, maar weer progressief afneemt na beëindiging van de behandeling. Sommige andere studies, waaronder de WHI-studie, suggereren dat het gebruik van combinatie HST mogelijk geassocieerd is met een gelijkwaardig, of iets kleiner risico (zie rubriek 4.8). Veneuze trombo-embolie HST is geassocieerd met een 1,3 tot 3 maal verhoogd risico op het ontstaan van een veneuze trombo�embolie (VTE), nl. een diepe veneuze trombose of een longembolie. De kans op een VTE is groter tijdens het eerste jaar van de HST dan daarna (zie rubriek 4.8). Patiëntes met gekende trombofilie hebben een verhoogd risico op VTE en het gebruik van HST kan bijdragen aan dit risico. Daarom is HST gecontra-indiceerd bij deze patiëntes (zie rubriek 4.3). Algemeen erkende risicofactoren voor het optreden van VTE zijn onder meer gebruik van oestrogenen, oudere leeftijd, een belangrijke chirurgische ingreep, verlengde immobilisatie, obesitas (BMI > 30 kg/m2 ), zwangerschap/postpartum periode, systemische lupus erythematodes (SLE) en kanker. Er is geen consensus inzake de mogelijke rol van varicose bij VTE. Zoals bij alle postoperatieve patiënten dienen profylactische maatregelen overwogen te worden om VTE na chirurgie te voorkomen. Indien na electieve chirurgie langdurige immobilisatie verwacht wordt, wordt aangeraden de HST 4 tot 6 weken voor de ingreep tijdelijk te onderbreken. De behandeling mag pas worden hervat als de patiënte weer volledig mobiel is. Bij vrouwen zonder persoonlijke voorgeschiedenis van VTE maar met een eerstegraadsfamilielid met een voorgeschiedenis van trombose op jonge leeftijd, zou screening aangeboden kunnen worden na zorgvuldige bespreking van de beperkingen ervan (slechts een beperkt deel van de trombofiele defecten wordt geïdentificeerd bij screening). Indien een trombofiel defect vastgesteld wordt, geassocieerd met een familiale voorgeschiedenis van trombose of indien het defect 'ernstig' is (bv. antitrombine-, proteïne S-, proteïne C-deficiëntie of een combinatie van defecten), is HST gecontra-indiceerd. Bij vrouwen die reeds een chronische antistollingstherapie krijgen, dient een zorgvuldige afweging van de risico-batenbalans van het gebruik van HST te worden gemaakt. Ingeval zich een VTE ontwikkelt na de aanvang van de behandeling, dient deze onderbroken te worden. Patiëntes moeten worden geïnformeerd dat zij direct contact dienen op te nemen met hun arts bij het optreden van mogelijke trombo-embolische symptomen (bv. pijnlijke zwelling van een been, plotselinge pijn op de borst, kortademigheid). Coronaire hartziekten Gerandomiseerde gecontroleerde studies hebben geen bescherming tegen myocardinfarct aangetoond bij vrouwen met of zonder coronaire hartziekte die een HST met oestrogeen-progestageencombinatie of met oestrogeen alleen kregen. Gerandomiseerde gecontroleerde data toonden geen verhoogd risico op coronaire hartziekten bij gehysterectomiseerde vrouwen die een therapie met oestrogeen alleen gebruiken. Ischemisch cerebrovasculair accident Behandelingen met oestrogeen-progestageencombinatie en oestrogeen alleen worden geassocieerd met een tot 1,5 maal hoger risico op een ischemisch cerebrovasculair accident. Het relatieve risico verandert niet met de leeftijd of de tijd die is verstreken sinds de menopauze. Aangezien het risico op een beroerte op basisniveau echter sterk afhankelijk is van de leeftijd, zal het totale risico op een ischemisch cerebrovasculair accident bij vrouwen die een HST gebruiken, stijgen met de leeftijd (zie rubriek 4.8). Andere aandoeningen Oestrogenen kunnen vochtretentie veroorzaken en daarom moeten patiëntes met een verminderde hart�of nierfunctie van dichtbij gevolgd worden. Vrouwen met een vooraf bestaande hypertriglyceridaemie moeten zorgvuldig opgevolgd worden tijdens een oestrogeen- of een hormonale substitutietherapie, omdat zeldzame gevallen van een sterke toename van de plasmatriglyceriden die leidde tot pancreatitis, werden gerapporteerd tijdens oestrogeenbehandeling bij deze vrouwen. Exogene oestrogenen kunnen symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem opwekken of verergeren. Oestrogenen veroorzaken een stijging van het thyroxine-bindend globuline (TBG), wat kan leiden tot een toename van de totale spiegels van circulerende schildklierhormonen, gemeten als het eiwitgebonden jodium (PBI, protein bound iodine), de T4-spiegels (kolom of radio-immunoassay) of de T3-spiegels (radio-immunoassay). De resine-opname van T3 neemt af ten gevolge van de gestegen TBG-spiegels. De vrije T3- en T4-waarden blijven onveranderd. Andere bindingseiwitten kunnen ook toenemen in het serum, zoals het cortisol-bindend globuline (CBG, cortisol binding globulin) en het sekshormoon-bindend globuline (SHBG, sex hormone binding globulin), respectievelijk leidend tot stijging van de bloedspiegels van corticosteroïden en geslachtshormonen. Vrije of biologisch actieve hormoonconcentraties blijven onveranderd. Andere plasma-eiwitten kunnen toenemen (angiotensinogeen/renine-substraat, alpha-1-antitrypsine, ceruloplasmine). HST verbetert de cognitieve functies niet. Er is enige indicatie van een verhoogd risico op waarschijnlijke dementie bij vrouwen die beginnen met innemen van een continue gecombineerde HST of oestrogeen alleen na de leeftijd van 65 jaar. Verhoogde ALAT-waarden Tijdens klinische studies waarin patiënten met een hepatitis C-virus (HCV) infectie werden behandeld met de geneesmiddelencombinatie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met en zonder dasabuvir, kwamen verhogingen van de ALAT-waarden van meer dan 5 keer de bovengrens van de normaalwaarde significant vaker voor bij vrouwen die ethinylestradiol-bevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals CHC. Bovendien werden bij patiënten die werden behandeld met glecaprevir/pibrentasvir ook verhogingen van de ALAT-waarden waargenomen bij vrouwen die ethinylestradiol-bevattende geneesmiddelen, zoals CHC, gebruikten. Vrouwen die geneesmiddelen gebruikten die andere oestrogenen bevatten dan ethinylestradiol, zoals estradiol, hadden een vergelijkbaar percentage ALAT-verhogingen als vrouwen die geen oestrogeen kregen; echter, wegens het beperkt aantal vrouwen dat deze andere oestrogenen inneemt, is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening met de geneesmiddelencombinatie ombitasvir/paritaprevir/ritonavir met of zonder dasabuvir en ook met de combinatie glecaprevir/pibrentasvir. Zie rubriek 4.5.

Vrouwen < 65 jaar

Het werkzame bestanddeel, het synthetisch 17β-estradiol, is chemisch en biologisch identiek aan het endogene humane estradiol. Het substitueert het verlies aan oestrogeenproductie bij menopauzale vrouwen en verlicht de symptomen van de menopauze.

Verlichting van de menopauzale symptomen wordt bereikt tijdens de eerste weken van de behandeling.

Iedere filmomhulde tablet bevat 1 mg estradiol als estradiolhemihydraat.hulpstoffen:De tabletkern bevat:

  • Lactosemonohydraat
  • Maïszetmeel
  • Hydroxypropylcellulose
  • Talk
  • Magnesiumstearaat

Filmomhulsel:

  • Hypromellose
  • Rood ijzeroxide (E172)
  • Titaniumdioxide (E171)
  • Propyleenglycol
  • Talk

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft, kruidengeneesmiddelen of andere natuurproducten. Uw arts zal u raad geven.

Sommige geneesmiddelen kunnen de werking van Estrofem verstoren. Dit kan leiden tot onregelmatige bloeding. Dit is van toepassing op de volgende geneesmiddelen:

• Geneesmiddelen tegen epilepsie (zoals fenobarbital, fenytoïne en carbamazepine)

• Geneesmiddelen tegen tuberculose (zoals rifampicine, rifabutine)

• Geneesmiddelen voor de behandeling van HIV-infecties (zoals nevirapine, efavirenz, ritonavir en nelfinavir)

• Kruidengeneesmiddelen op basis van sint-janskruid (Hypericum perforatum).

HST kan de werking van sommige andere geneesmiddelen beïnvloeden:

• Een geneesmiddel tegen epilepsie (lamotrigine), omdat dit de frequentie van aanvallen kan verhogen.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

De volgende ziektes worden vaker gemeld bij vrouwen die HST gebruiken dan bij niet-gebruiksters:

• borstkanker

• abnormale groei of kanker van het baarmoederslijmvlies (endometriumhyperplasie of kanker)

• eierstokkanker

• bloedproppen in de aders van de benen of de longen (veneuze trombo-embolie)

• hartziekte

• beroerte

• mogelijk geheugenverlies als de HST werd gestart na 65 jaar.

Voor meer informatie over deze bijwerkingen, zie rubriek 2, 'Wanneer mag u Estrofem niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?'.

Overgevoeligheid/allergie (soms voorkomende bijwerking - kan tot 1 op de 100 personen treffen).

Alhoewel het slechts soms voorkomt, kan overgevoeligheid/allergie optreden. Tekenen van overgevoeligheid/allergie kunnen één of meer van volgende symptomen inhouden: netelroos, jeuk, zwelling, ademhalingsmoeilijkheden, lage bloeddruk (bleke en koude huid, snelle hartslag), zich duizelig voelen, zweten. Dit kunnen tekenen zijn van een anafylactische reactie/shock. Indien één van de vernoemde symptomen optreedt, stop met de inname van Estrofem en zoek onmiddellijk medische hulp.

Vaak voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op de 10 personen treffen)

• Depressie

• Hoofdpijn

• Buikpijn

• Misselijkheid

• Beenkrampen

• Pijn in de borsten, spanning in de borsten of volumetoename van de borsten

• Oedeem (waterretentie)

• Gewichtstoename.

Soms voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op de 100 personen treffen)

• Gezichtsstoornissen

• Vorming van een bloedprop in de aders (veneuze embolie)

• Gestoorde spijsvertering (dyspepsie)

• Braken

• Winderigheid of opgezwollen gevoel

• Galstenen

• Jeuk of netelroos (urticaria).

Zeer zelden voorkomende bijwerkingen (kunnen tot 1 op de 10.000 personen treffen)

• Onregelmatige vaginale bloedingen*

• Verergering van migraine

• Beroerte

• Insomnia (slapeloosheid)

• Epilepsie

• Verandering van libido

• Vaginale infectie veroorzaakt door een schimmel

• Verergering van astma

• Duizeligheid

• Diarree

• Haaruitval (alopecia)

• Verhoogde bloeddruk

  • Indien voorgeschreven bij vrouwen die een baarmoeder hebben.

De volgende bijwerkingen werden gemeld met andere HST:

• Galblaasaandoening

• Verschillende huidaandoeningen:

– pigmentvlekken, met name in het gezicht of de nek, ook wel "zwangerschapsmasker" genoemd (chloasma)

– pijnlijke rode knobbels in de huid (erythema nodosum)

– huiduitslag met cirkelvormige roodheid of blaren (erythema multiforme).

– Aanwezigheid, voorgeschiedenis of vermoeden van borstkanker
– Aanwezigheid, voorgeschiedenis of vermoeden van oestrogeengevoelige kwaadaardige tumoren (bv. endometriumcarcinoom)
– Vaginale bloeding waarvan de oorzaak niet bekend is
– Onbehandelde hyperplasie van het endometrium
– Vroegere of huidige veneuze trombo-embolie (diepe veneuze trombose, longembolie)
– Gekende trombofiele aandoeningen (bv. proteïne C, proteïne S of antitrombinedeficiëntie)
– Actieve of recente arteriële trombo-embolische aandoening (bv. angina pectoris, myocardinfarct)
– Acute leveraandoening of antecedent van leveraandoening, zolang de leverfunctietesten niet genormaliseerd zijn
– Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen
– Porfyrie.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Estrofem is niet aangewezen tijdens de zwangerschap. Indien tijdens behandeling met Estrofem een zwangerschap optreedt, dient deze behandeling onmiddellijk te worden gestaakt. Tot op heden hebben de resultaten van de meeste epidemiologische studies geen teratogeen of foetotoxisch effect aangetoond bij accidentele foetale blootstelling aan oestrogenen. Borstvoeding Estrofem is niet aangewezen tijdens de borstvoeding.

Volwassenen

  • Dagelijks één tablet van 1 mg
  • Star
    • Patiënten met hysterectomie: op elk ogenblik starten
    • Patiënte met intacte uterus, die nog steeds menstrueert: behandeling in combinatie met een progestageen voor tenminste 12-14 dagen binnen de eerste 5 dagen van de menstruatie
    • Indien er onvoldoende verlichting van de symptomen is na drie maanden behandeling, kan een overschakeling naar een hogere dosering van Estrofem aangewezen zijn

Toedieningswijze

  • Bij de tabletten worden zonder pauze doorgenomen worden. Zodra de eerste blisterverpakking opgebruikt is, wordt een nieuwe blisterverpakking begonnen
  • Als de vrouw een tablet vergeet te nemen, dient ze de tablet zo snel mogelijk te nemen. Als er meer dan 24 uur verstreken zijn, moet er geen extra tablet genomen worden. Als meerdere tabletten vergeten worden, kunnen bloedingen voorkomen
CNK 1430214
Organisaties Novo Nordisk Pharma
Merken Novo Nordisk Pharma
Breedte 65 mm
Lengte 65 mm
Diepte 35 mm
Hoeveelheid verpakking 3
Actieve ingrediënten estradiol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)